Hoeveel strippen moet u stempelen

Het zone-systeem
Nederland is voor het reizen met het openbaar vervoer opgedeeld in zones. Het aantal strippen dat u moet stempelen is gelijk aan het aantal zones waardoor u reist, plus één basistrip. U kunt bij de meeste haltes en in de dienstregeling van het vervoerbedrijf zien door hoeveel zones uw reis voert.
Reist u door 5 zones dan stempelt u dus 6 strippen: 5 zones plus één basisstrip.

Zelf stempelen
U kunt uw kaart zelf stempelen in de stempelautomaten die u vindt in de (metro)stations, trams, sommige gelede bussen en bij enkele haltes. U telt het aantal strippen (is het aantal zones waardoor u reist), vouwt de kaart om en daarna stempelt u de volgende strip. U stempelt op deze wijze één strip meer (de basisstrip) dan het aantal zones waardoor u reist.

Chauffeur laten stempelen
U kunt uw strippenkaart ook door de chauffeur laten stempelen. U geeft de chauffeur uw opengevouwen strippenkaart en noemt hem slechts het aantal zones of uw bestemming. Ondanks dat de chauffeur vaak het aantal zones kent die bij uw reis horen, is het toch verstandig dat u zich ook zelf hiervan op de hoogte stelt.

Als u een 2-, 3- of 8-strippenkaart bij de chauffeur koopt dan stempelt de chauffeur deze strippenkaarten altijd de eerste keer zelf.