
| 1980 | | 1981 | | 1982 | | 1983 | | 1984 | | 1985 | | 1986 | | 1987 | | 1988 | | 1989 | |
| 1990 | | 1991 | | 1992 | | 1993 | | 1994 | | 1995 | | 1996 | | 1997 | | 1998 | | 1999 | |
| 2000 | | 2001 | | 2002 | | 2003 | | 2004 | | 2005 | | 2006 | | 2007 | | 2008 | | 2009 | |
| Totaal overzicht |
Voordelen Reizigers
Voor de introductie van de strippenkaart had iedere bus of trammaatschappij een eigen vervoerbewijs met eigen tariefsysteem. In de meeste gevallen bestond het tarief uit een vast basistarief (een opstaptarief) en een tarief per afstand. Reizigers die bij een reis gebruik maakten van twee of meer busmaatschappijen, moesten opnieuw een kaartje kopen (incl. opstaptarief).
De strippenkaart daarentegen is in heel Nederland geldig. Reizigers betalen (stempelen) eenmaal voor de complete reis en betalen dus maar eenmaal een opstaptarief.
Voordelen vervoerbedrijven
Voor de vervoerders heeft de strippenkaart als voordeel dat de doorstroming (de gemiddelde rijsnelheid) verhoogd werd. Door het verhogen van de prijzen van de strippenkaarten op de bus (de grijze strippenkaarten), werd de voorverkoop bij de tabakszaak, postkantoor of NS-station gestimuleerd. Zo wordt de tijdrovende kaartverkoop beperkt en kon de bus sneller van A naar B rijden, waardoor de bus aantrekkelijker wordt. In bepaalde gevallen zou de bus zo snel van A naar B kunnen dat er minder bussen op een lijn nodig zijn om de dienstregeling te kunnen uitvoeren. Dit betekende weer een besparing op de exploitatiekosten voor de vervoerders.
Nadelen vervoerbedrijven
Aan de andere kant heeft de strippenkaart ook een belangrijk nadeel voor de vervoerders. Omdat men het aantal verkochte kaartjes en abonnementen niet meer kan tellen zoals vroeger, hebben de vervoerders minder zicht op het reisgedrag. Dit nadeel zal in de toekomst (2006) opgelost worden met de invoering van de OV-chipkaart die een schat aan reisinformatie registreert.
Nadelen rijksoverheid
De voordelen voor de reizigers bleken echter al gauw de nadelen voor de rijksoverheid te zijn. Door de invoering van het Nationaal Tariefsysteem daalden de opbrengsten sterk. Dit verlies was vooral te wijten aan de mogelijkheden om zonder extra kosten te kunnen overstappen op een lijn van een andere vervoerder en de mogelijkheid om de strippenkaart (binnen een bepaalde geldigsheidsduur) als retourkaart te gebruiken. Het nieuwe systeem van de sterabonnement, maakte het reizigers mogelijk reizen in alle windrichtingen te maken in tegenstelling tot de trajectgebonden abonnementen van vroeger. Verder namen de kosten toe door de toename van zwart- en grijsrijden en de invoering van reductiekaarten. Uit een NEA-onderzoek van 1986 was gebleken dat het opbrengstenverlies per jaar door de invoering van de strippenkaart 220 miljoen gulden (100 miljoen euro) was (prijspeil 1986).
Tarievenplan 1984-1987
Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat stelde in 1984 het Tarievenplan op. De tarieven van de strippenkaart werden verhoogd, de zones werden verkleind en bepaalde reductiekaarten werden afgeschaft. Het ministerie berekende vooraf dat de opbrengsten zouden toenemen van 37,5 miljoen gulden (17 miljoen euro) in 1984 tot 167,5 miljoen gulden (76 miljoen euro) in 1987.